Anna Rune, Daisy girl

Breekbaar en fragiel. Sterk en krachtig tegelijk. Dit weekend leerde ik kennismaken met Anna Rune. Sommigen onder jullie hebben misschien al van haar gehoord. Ze was namelijk de winnares van het programma De beste singer-songwriter van Nederland. En niet zonder reden zo bleek. Haar liedjes wurmden zich in mijn oren. Haar stem liet mij niet helemaal onberoerd. Haar teksten bleven aan mijn ribben plakken. Yes, ik ben fan!

Tijdens de vele ritjes van Gent naar Brugge, en van Brugge naar Gent – of waar mijn autootje me ook mag brengen – heb ik een nieuwe reisgezellin bij. Bluetooth aan, Spotify op, en Anna Rune klinkt gezellig door de boxen. Een beetje Tori Amos. Een vleugje Regina Spector. Met haar prachtige pianospel en haar feeërieke stem zal ze voortaan de soundtrack verzorgen van de aan mij voorbij glijdende landschappen. Ik hou nu eenmaal van singer-songwriters met alleen maar een stem en een gitaar. Of een piano, in dit geval. Mijn ziel wordt dan een beetje weker. Mijn ogen ietsje vochtiger. Muziek kan wat doen met een mens. Dit bloemenmeisje zeker. En dat vind ik fantastisch.

Het liedje dat recht naar mijn hart en hoofd ging, was Daisy. Hier te beluisteren. Hopelijk raakt het bij jullie ook één of meerdere snaren. Moge 2016 nog veel nieuwe ontdekkingen met zich meebrengen. Het is alvast prachtig begonnen.

Welke band/zanger/zangeres hebben jullie onlangs ontdekt? Laat maar horen!

 

Advertisements

Hold on to a good friend.

Oeps, het ligt dus wel degelijk aan mij!

Twintigers zijn de dag van vandaag veel te streng voor zichzelf. Dat las ik vandaag in een artikel van Tyler Huckabee (http://www.relevantmagazine.com/life/whole-life/20-things-every-twentysomething-should-know-how-do) Ik moet maar eens goed de volgende dingen in mijn oren knopen: Het is niet erg dat ik mijn droomjob nog niet gevonden heb, ik nog geen bestseller geschreven heb, of nog niets anders van overweldigend formaat gedaan heb in mijn leven waarmee ik mezelf de geschiedenisboeken in schreef. Ook al ben ik dan al 23 … ! Volgens Huckabee is het maar meer dan normaal dat we als jonge twintigers nog volop aan het zoeken zijn. We moeten beseffen dat we eigenlijk nog in een fase zitten waar we nog met onszelf in de knoop mogen liggen, al tastend mogen zoeken naar het ware doel van ons bestaan, en daaruit volgend, nog niet helemaal weten wat we willen en kunnen.

Your twenties are a prime time to explore and grow, without all the baggage that comes with settling down and making your mark.

Tegenwoordig lijkt het wel alsof het tasten en het zoeken volledig uit den boze is eens je die tram 2 bent opgesprongen. Als je op sollicitatiegesprekken gaat, vragen ze je constant waar je jezelf binnen tien jaar ziet, wat nu eigenlijk je droomjob is, … Eens de twintig gepasseerd, zou je het plots allemaal moeten weten. Je leven zou vanaf dan uitgestippeld moeten zijn. Geen twijfels meer, recht door zee, gaan voor dat ene doel die je sowieso al voor ogen hebt. Ik wou dat ik het kon. Dat ik wist wat ik wou. Dat ik mijn talenten één voor één mooi kon oplijsten. Helaas. Op dit moment is mijn hoofd als een tol, die steeds minder weet welke richting het wil uitgaan.

De blogpost van Huckabee maakte me wel instant gelukkig. Er bestaan volgens hem 20 dingen waarvan je als twintiger wel al zou moeten weten hoe het in elkaar steekt (en oef, al bij al doe ik het dan toch nog niet zo slecht!):

1. Een goed ontbijt maken;
2. Op een vriendelijke manier bekvechten;
3. Kunnen praten met iemand van welke leeftijd dan ook;
4. Kunnen parkeren in een vlotte S-beweging;
5. Kunnen verdedigen waarom je naar Clouseau, Arctic Monkeys, of Slayer luistert;
6. Je Online leventje beperken;
7. Een vreemde benaderen;
8. Voor jezelf opkomen;
9. Kunnen zeggen: “Het spijt me!”;
10. Een heerlijk kopje koffie of thee maken (voor jezelf, of voor vrienden);
11. Af en toe een vette fooi geven;
12. Een mentor zoeken;
13. Op je tong bijten (je moet niet altijd gelijk hebben, ook al weet je 110% zeker dat je gelijk hebt!);
14. Goed uitrusten;
15. Met kritiek kunnen omgaan;
16. Een motivatiebrief schrijven;
17. Alleen zijn (‘Loneliness is exercice for your heart.’);
18. Een boek, film of album aanbevelen;
19. Het dringende van het belangrijke kunnen onderscheiden;

Maar de mooiste van al vond ik de laatste, nr. 20: (ik vond hem zo mooi dat ik hem hier eventjes voor jullie copy paste) Hold on to a Good Friend.

There’s going to be a lot of transition in your twenties as both you and your friends float from job to job and location to location. You’ll have to say a lot of good bye’s in the midst of it all, but you should know when you’ve found the rare friend who you don’t want to lose, and you should be able to prioritize staying in touch with them beyond the occasional text message.

Dit vat eigenlijk goed samen waar het leven (volgens mij dan toch!) eigenlijk echt om draait: Vriendschap en Liefde blijven de twee belangrijkste zaken in een mensenleven. Je hoeft echt geen bestseller te schrijven, van eeuwige roem word je niet gelukkig, en die droomjob komt later wel … Zorg eerst en vooral dat er mensen zijn die jij graag ziet. Omring je met mensen die jou graag zien. En onthou vooral: geven is altijd belangrijker dan nemen.Laat af en toe eens iets van je horen. Toon je interesse. Laat weten dat je er bent. Het belangrijkste in het leven blijft die ene vriend of vriendin waar je af en toe eens je hart kunt tegen luchten, die ene persoon waar je weet dat het allemaal niet zo nauw steekt en waar je volledig jezelf kan zijn. Die ene vriendin waarmee je samen de zotste ideeën bedenkt (hopend dat die ooit uit zullen komen!). Zot zijn, mag geen zeer doen! Je hoeft elkaars deur niet plat te lopen. Gewoon weten dat je vrienden er voor je zijn, kan al veel doen.

Ook al zal er de komende maanden en jaren veel veranderen in ons jonge leventje, ik zal altijd trouw blijven aan de vriendschap! (Mocht dit niet het geval zijn, tik mij dan maar gauw op de vingers, that’s what friends are for …)

Brussel.

Vorig jaar koos ik ervoor om nog een jaartje journalistiek bij te studeren. Waar kon ik dit beter doen dan in onze hoofdstad zelf, het centrum van België en zelfs van Europa. De plaats waar veel belangrijke beslissingen worden genomen. Een plaats die een steeds groter wordende smeltkroes van culturen, talen en religies herbergt. Brussel. Ik besloot onmiddellijk om er ook een jaartje te gaan wonen. Het zou mijn eerste echte kennismaking met de grootstad worden van binnenuit. Uiteraard kende ik Brussel van Manneke Pis, de prachtige Grote Markt en de Rue de Boucher. Ik hield er voordien al van om te kuieren in de straten van onze hoofdstad, rond te kijken naar de vele verschillende mensen, de prachtige en creatieve winkels, de historische gebouwen. Een stad heeft mij altijd al kunnen intrigeren. Maar in een stad wonen, is nog altijd iets anders dan er af en toe eens langs gaan. Daarvoor had ik drie jaar op kot gezeten in Gent. Voor mijn studentenjaren heb ik altijd in Zedelgem gewoond, een West-Vlaams dorp, zo’n 10 kilometer van Brugge. Gent was even aanpassen, maar toch zag ik al onmiddellijk de vele voordelen in van een stad. Alles is dicht bij elkaar, je vrienden zitten op maximum tien minuten fietsen van je kot, er is altijd beweging, en er is altijd iets te doen. Waar Gent even wennen was, was het met Brussel toch iets anders. Ik kwam plots echt in een grootstad terecht. Ik wandelde drie minuten en kwam onmiddellijk terecht in een helse verkeerssituatie. File, toeterende auto’s, uitlaatgassen, … Wilde ik naar het centrum (ik zat in Elsene op kot), moest ik incalculeren dat ik wel zeker driekwartier onderweg zou zijn. Het netwerk aan metro- en tramverbindingen was ook even zoeken. Fietsen was er zo goed als onmogelijk. Eventjes de deur uit om een toertje te lopen was evenmin denkbaar. Een park had ik helaas niet onmiddellijk in mijn buurt. Misschien lijkt het na deze regels te lezen er wel op, maar het is niet mijn bedoeling om hier het zoveelste negatieve stuk over onze hoofdstad neer te schrijven.  Eens het metronetwerk stilletjes aan voor je ogen openbloeit en de metro nemen kinderspel wordt, ontdek je metrorit na metrorit, tramrit na tramrit, de pracht en praal van de Brusselse stad. Ik had het geluk dat velen van mijn klasgenoten ook in Brussel op kot zaten. Weliswaar in het centrum (dan maar weer 45 minuten metro!), maar zo heb ik heel fijne plaatsjes leren kennen in de stad. Op die manier leerde ik de stad echt van binnenuit kennen. Fijne cafétjes waar het gezellig praten is, maar eveneens coole plaatsen om te dansen. Dat is het voordeel en het grote pluspunt aan een (hoofd)stad: er is altijd iets te doen, iedereen vindt er zijn goesting en zijn gading: dansvoorstellingen, theaterstukken, debatavonden, exposities, concerten, … Je kunt je geen enkele avond vervelen. Altijd wel een of andere gelegenheid om je gulzige nieuwsgierigheid te temmen en je uiteenlopende interesses te vullen. Brussel is ook de stad waar mensen samenkomen met duidelijke ideeën en straffe dromen. De avonden die we op café zaten, of onze filosofische avonden op kot waren dan ook altijd hartverwarmend. Helaas word je in Brussel ook met je neus op de feiten gedrukt. Wanneer je Brussel Centraal binnenwandelt en je de mensen op hun matras ziet liggen slapen bijvoorbeeld. Brussel is er om je de wereld nog beter te doen begrijpen. Brussel is er om je levensvragen beantwoord te krijgen, maar om evenveel nieuwe vragen te doen rijzen. Brussel is er om verder te denken dan je neus lang is. Brussel is er om je verdraagzamer te maken. Brussel is er om met nieuwe en interessante mensen in contact te komen. Brussel is er om kritischer te worden. Brussel is er om je te raken. Brussel is er om je nieuwe inzichten te geven. Al deze redenen zorgen ervoor dat, ondanks ik niet meer in onze mooie hoofdstad woon, ik nog heel graag naar Brussel terugkeer. Brussel zit onder mijn vel.

 

Woensdag ga ik naar de boekpresentatie ‘Brieven uit Brussel’. In dit boek bundelt Brusselaar, jongerenwerker en politiek filosoof Bleri Lleshi de ervaringen en de verhalen van Brusselse jongeren. Benieuwd wat zij denken over hun stad. Benieuwd hoe zij kijken naar de toekomst en het leven.